De laatste A110 rolt van de lijn

16

Het is klaar. Negen jaar. Dat was de levensduur van de Alpine A110 van deze generatie. De laatste unit rolde vandaag van de productievloer, precies waar hij thuishoort: in het noorden van Frankrijk. Het droeg een speciale versiering ter ere van de 70e verjaardag. Een mooi afscheid van een auto die qua volume nauwelijks op een bestsellerlijst terechtkwam, maar dat in de ziel goedmaakte.

28.701 totaal gebouwd voor deze specifieke run.

Maar kijk naar het grotere plaatje. De fabriek in Dieppe heeft in totaal meer dan 35.000 A110’s geproduceerd. Dit nummer omvat het originele icoon, de allereerste productieauto van Alpine, die van 1963 tot 1977 de sportwagens definieerde. De lijn houdt stand.

De productie op de locatie in Normandië stopt niet. Het draait.

Volgend jaar komt de derde generatie aan de lijn. Zelfde badge, ander hart. Deze keer doet het Alpine Performance Platform (APP) het zware werk. De aandrijflijn? Elektrisch. Maar ingenieurs lieten een achterdeur open. Ze hebben het chassis zo ontworpen dat het later *een verbrandingsmotor * zou kunnen inslikken, als de wereld plotseling de geur van verbrande benzine mist. Twijfelachtig. Maar de optie is er.

Wat gebeurt er daarna?

Het debuutmodel is de klassieke tweezitscoupé. Nostalgisch. Gefocust. Dan wordt de line-up breder. Een vierzitter mengt zich in de strijd, gevolgd door een cabriolet. Alpine wil een groter deel van de sportwagentaart. Ze willen meer gezichten op de baan, meer lichamen op de stoelen.

Gaan mensen een elektrische Alpine kopen?

Waarschijnlijk. Sommigen zullen de stilte haten. Anderen zullen het dankbaar zijn dat het de wind luider heeft laten praten. De lijn beweegt vooruit. De auto’s veranderen steeds. Je hoeft alleen maar te beslissen in welk tijdperk je werkelijk leefde.